Eysturoy en Kirkjubøur
Door: Henk
Blijf op de hoogte en volg Henk
05 April 2026 | Faroe eilanden, Tórshavn
AI gevraagd om een korte samenvatting te maken van de geschiedenis van de Faeröer Eilanden.
De geschiedenis van de Faeröer is een verhaal van isolatie, Noorse ontdekkingsreizigers en een voortdurend streven naar autonomie binnen het Deense Koninkrijk.
Vroege bewoning en de Vikingen (ca. 200 – 1000)
Hoewel er aanwijzingen zijn voor menselijke aanwezigheid rond het jaar 300, is er weinig bekend over deze vroege bewoners. Rond de 6e eeuw arriveerden Ierse monniken, waaronder mogelijk Sint-Brandaan, die de eilanden beschreven als het "Paradijs van de Vogels".
De echte kolonisatie begon rond het jaar 800 door Noorse Vikingen die op zoek waren naar nieuw land. Zij brachten hun taal (Oudnoords) en hun eigen parlementaire systeem, de Alting (later het Løgting), mee naar de archipel. Rond het jaar 1000 werd het christendom onder dwang van de Noorse koning geïntroduceerd.
Noorse en Deense overheersing (1035 – 1814)
In 1035 werden de eilanden officieel een provincie van het Koninkrijk Noorwegen. Toen Noorwegen en Denemarken in 1380 onder de Unie van Kalmar werden verenigd, kwamen de Faeröer onder gezamenlijk bestuur, maar de invloed verschoof geleidelijk naar Denemarken.
In de 17e eeuw werden de eilanden als leen geschonken aan de familie Von Gabel, wiens onderdrukkende bewind duurde tot 1709, waarna de Deense kroon het handelsmonopolie direct overnam. Dit monopolie beperkte de economische ontwikkeling van de eilandbewoners aanzienlijk.
Integratie en culturele heropleving (1814 – 1940)
Na de Vrede van Kiel in 1814 werd de unie tussen Denemarken en Noorwegen ontbonden. Denemarken behield de Faeröer. In 1816 werd het Løgting afgeschaft en werden de eilanden een Deens graafschap. De Deense taal werd de officiële taal in de kerk en op school, wat leidde tot een sterke roep om behoud van de eigen Faeröerse cultuur en taal.
In 1856 werd het handelsmonopolie eindelijk opgeheven, wat de weg vrijmaakte voor de visserij als belangrijkste economische pijler. Dit zorgde voor economische groei en de oprichting van de eerste politieke partijen rond 1906.
De Tweede Wereldoorlog en Zelfbestuur (1940 – heden)
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bezette het Verenigd Koninkrijk de eilanden (Operatie Valentine) om een Duitse invasie te voorkomen, terwijl Denemarken bezet was door nazi-Duitsland. Gedurende deze vijf jaar regeerden de Faeröerders zichzelf feitelijk, wat de wens naar onafhankelijkheid versterkte.
Na een nipt referendum voor onafhankelijkheid in 1946, dat door Denemarken niet werd erkend, werd in 1948 de Wet op Zelfbestuur aangenomen. De Faeröer werden een autonome natie binnen het Deense Koninkrijk met een eigen vlag en de Faeröerse taal als officiële taal.
Vandaag de dag beheren de eilanden de meeste interne zaken zelf, maar blijven ze voor defensie en buitenlands beleid verbonden met Denemarken. Hoewel Denemarken lid is van de Europese Unie, hebben de Faeröer ervoor gekozen om buiten de EU te blijven om hun eigen visserijrechten te beschermen.
Mijn programma begon met de rit naar het eiland Eysturoy, via de tunnel met dezelfde naam en een lengte van 11.240 m.
Deze tol zit niet bij de huurprijs in, maar de kosten vallen mee, € 23,50 .
Verder naar het noorden kun je ook via een brug op dit eiland komen, heb ik op de terugweg gedaan.
Mijn eerste doel voor vandaag was een bezoek aan het dorpje Gjógv.
Het laatste stuk weg was erg smal en natuurlijk geen vangrail. Tot overmaat van ramp begon het ook nog eens te sneeuwen. Voorzichtig verder rijdend kwam ik in het dorpje aan, wat aan diep water ligt.
De rivier de Dalá loopt precies midden door de bewoning heen. Middels twee bruggen kunnen ze toch bij elkaar op de koffie.
De supermarkt is sinds 1992 weg en is alleen nog een café.
Terug omhoog, waar de sneeuw weer was weggetrokken. Op naar het volgende fjordendorp, Funningur. Daar staat een houten kerkje, gebouwd in 1847. Ook het interieur is helemaal van hout, zo zag ik door het raam. De deur bleek op slot.
Sommige mensen denken, dat de eerste mensen zich hier ooit hebben gevestigd, maar er is geen wetenschappelijk bewijs voor gevonden.
Aan de andere kant van het fjord, ligt Elduvik. Via Funningsfjørdur, rijd je aan de andere kant omhoog naar Elduvik.
Hier wonen nog twaalf mensen en mijn Bradt gids spreekt van een ten dode opgeschreven dorpje.
Uiteraard staat er ook een kerk en daar brandde licht. Om elf uur startte de Paas dienst. Ik ben toen vertrokken, maar ik moest wel constateren, dat er een aantal bewoners niet aanwezig waren. Ik telde er vier inclusief de voorganger. Tja, als je zo omgaat met Noarberschap, dan houdt het een keer op.
Omdat route 632 gesloten was vanwege de sneeuw, moest ik een stukje omrijden om in Eidi te komen. Aan de noordkant wel een mooi uitzicht en daarna vanuit Eidi de 632 opgereden om wat foto's te kunnen maken van de hoogste berg van de Faeröer, de Slættaratindur, met een hoogte van 882 m.
Via de vaste brug dus terug naar het eiland Streymoy en doorgereden naar het zuiden van dit eiland naar een dorpje met de naam Kirkjubøur.
In twee opzichten was dit een belangrijke plaats vroeger. Ten eerste spoelde juist hier veel wrakhout aan, veroorzaakt door de getijden stroming en ook veel zeewier.
Het zeewier werd gebruikt om land vruchtbaar te maken. Het hout werd als constructiehout gebruikt, maar ook werd er aanmaakhout van gemaakt.
Rond het jaar 800 kwamen hier Ierse kluizenaars heen, maar 200 jaar later werden ze verdreven door de Vikingen.
Kirkjubøur begon toen op te bloeien, zowel als handelspost als ook als religieus centrum.
In 1300 werd de Magnus kathedraal gebouwd. Met een lengte van 27 meter en een breedte van 11 meter was het voor die tijd een imposant bouwwerk.
Tot de Reformatie in 1538 was dit een actieve kathedraal.
Nu staat het als een monument op de oever van het fjord, nog steeds imposant. Als je de auto parkeert, zie je inderdaad een kerk, maar dat is de St Olafskerk. De kathedraal is niet te zien.
Er is een informatiebord geplaatst, waarop is aangegeven, welke zaken je waar kunt zien.
Binnenin zijn een twaalf tal stenen te zien met het Maltezer kruis erop. Verder wat verweerde ornamenten.
Tegenover de kathedraal staat een boerderij. Deze dateert uit de elfde eeuw en was het huis van de bisschop. Hier zeggen ze, dat dit het oudste bewoonde houten huis in Europa is.
Een klein gedeelte is open voor publiek, maar wegens Pasen, gesloten.
St. Olafskerk stamt uit het jaar 1111 en fungeerde als kathedraal in de Middeleeuwen. In 1874 en in 1966 is de kerk gerenoveerd.
Daarna in Torshavn de tank weer volgegooid (€ 2,= per liter, ook voor de diesel) en terug naar het hotel.
Morgen de laatste volledige dag hier. Maar wat een mooi land is dit. Ik raad het iedereen aan.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley