Algiers verkend
Door: Henk
Blijf op de hoogte en volg Henk
28 Oktober 2024 | Algerije, Algiers
Hieronder voor de geïnteresseerden, een link naar een artikel over de geschiedenis van Algerije.
https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_Algerije
Super geslapen en rond half acht naar het ontbijt. Prima ontbijtje in dit hotel.
Gisteren van de lokale agent al doorgekregen, dat mijn gids voor vandaag, mij rond negen uur op zou komen halen. Het zou een stadswandeling worden, en soms even met de metro.
Eerste stop de Kasbah. Dat lag al best ver weg van mijn hotel en ik had wat last van een beenspier, die op zich weer over was, maar er drie weken geleden weer inschoot.
Gevraagd of het tempo niet al te hoog zou liggen.
Geen probleem, maar de gids, Wes, belde een Über om ons naar de Kasbah te rijden. Dat had ik eigenlijk ook niet willen lopen.
Super geregeld.
We werden afgezet bij de 'middelste' Kasbah en zijn vandaar omhoog gelopen naar de hoge Kasbah. Daar bevond zich een oud paleis, een citadel.
De Citadel van Algiers, bekend onder de naam Dar El Soltan, bevindt zich in de Boven-Kasbah, in het district Bab El Jedid. Gebouwd in 1516 onder auspiciën van Baba Aruj, was het echt voltooid in 1591. De Citadel was oorspronkelijk een militair fort tot 1817, de datum waarop de op een na laatste Dey Ali Khuja het zijn residentie en de zetel van het regentschap maakte. Toen Hussain Dey de heerser van het regentschap werd, was de citadel omgebouwd om het beleg van de administratie, justitie en financiën te huisvesten, terwijl het werd onderhouden als residentie.
Het omvat twee paleizen, twee moskeeën, een kruitkamer, kazematten, batterijen en bijgebouwen en een hamam. Volgens historische bronnen vond het "vliegenwimperincident" plaats in het paleis van de Dey, dat zich in de citadel bevindt, als voorwendsel voor een lange kolonisatie die 132 jaar duurde. In 1930 werd een deel van de citadel (het paleis van de Dey, de moskee en de kruitkamer) omgevormd tot een militair museum.
Niet alles was te bezichtigen, vanwege renovaties.
Na deze bezichtiging zijn we weer teruggelopen en de zg. 'midden' Kasbah ingegaan. Hier geen plek voor autoverkeer, veel trappen en smalle straatjes. De Kasbah loopt dan ook heuvelaf richting de zee.
Vlak daarbij, nog het enige stukje verdedigingsmuur van vroeger, de rest is weg.
Een aantal huizen worden niet meer bewoond. Worden ook niet meer bewoonbaar gemaakt, vanwege de enorme kosten. Wel zijn de inpandige mozaïeken soms te zien. Ik heb er een paar gefotografeerd.
Weer een stuk verder konden we een huis binnen, waarna we vier verdiepingen omhoog moesten. Vanaf het dak een prachtig uitzicht over de Kasbah en haven.
In de verte het immense monument voor de gestorvenen tegen de Fransen.
Uiteraard kon je daar koffie bestellen (of iets anders), en was ook een welkome stop om even op adem te komen. Bleek ook voor de gids te gelden. Aangezien ik nog geen lokale valuta heb, betaalde Wes mijn koffie.
De watervoorziening in de Kasbah werd vroeger door waterdragers verzorgd. In grote koperen ketels werd het rondgebracht. Heden ten dage zijn er nog twee openbare tappunten waar men water kan krijgen. Vreemd genoemd niet ver van elkaar.
Door naar een ander paleis, Palais des Rais.
Het Palais des Rais, ook bekend als Bastion 23 , is een geclassificeerd historisch monument. Het valt op door zijn architectuur en omdat het de laatste overgebleven wijk ( houma ) is van de lagere Kasbah.
Deze wijk, die bestaat uit drie paleizen en zes huizen, waarvan de geschiedenis begon met de bouw van Bordj-Ez-zoubia in 1576 door de Dey Ramdhan Pasha om de verdedigingsmiddelen van deze kant van de Medina te versterken, raakte uiteindelijk losgekoppeld en zelfs geïsoleerd van zijn traditionele omgeving na de herstructurering van de lagere Kasbah tijdens de Franse periode.
Pas in 1909 werd Bastion 23 geclassificeerd als Historisch Monument onder de naam 'Groep Moorse huizen'.
De entree bleek versierd met Delfts blauwe tegels. De Dey haalde uit tig verschillende landen tegels voor zijn te bouwen paleis, dus blijkbaar ook uit Nederland.
We zijn het hele paleis door geweest en ik heb best ingenieuze constructies gezien. De begane grond vloer loopt bijvoorbeeld iets af. Op het laagste punt een putje, waardoor het water opgevangen werd voor algeheel gebruik.
Warmte, welke vrij kwam in de keuken, werd gebruikt voor de hammam. En deze hammam was versierd met allemaal tegels met schepen er op. Geen tegel hetzelfde en grotendeels nog origineel.
Verder naar beneden, de Ketchaoua moskee.
De Ketchaoua-moskee, ook bekend als Djamaa Ketchaoua, is een moskee in de stad Algiers. Het werd gebouwd tijdens de Ottomaanse periode in de 17e eeuw en ligt aan de voet van de Kasbah van Algiers, een UNESCO-werelderfgoedlocatie. De moskee staat op de eerste van de vele steile trappen van de Kasbah en was logistiek en symbolisch een middelpunt van het prekoloniale Algiers. De moskee staat bekend om zijn unieke mix van Moorse en Byzantijnse architectuur.
De moskee werd oorspronkelijk gebouwd in 1612. In 1845 werd het onder Frans bewind omgebouwd tot de kathedraal van St Philippe, wat het bleef tot 1962. De oude moskee werd tussen 1845 en 1860 afgebroken en in 1962 werd een nieuwe kerk gebouwd en omgebouwd tot moskee. Ondanks deze veranderingen heeft de moskee zijn oorspronkelijke grandeur behouden en is het een van de belangrijkste attracties van Algiers.
De gids vertelde, dat de inwoners van Algiers probeerden te verhinderen, dat de moskee zou worden afgebroken en bezetten de moskee met ca. 300 man om dat te voorkomen. Het hielp niet, de Fransen sloopten de moskee en de mensen erin overleefden het niet. Het verhaal gaat, dat het vele bloed de heuvel afliep tot aan het grote Martelaren plein.
Dat plein was de volgende stop. Mooi plein, veel mensen en duiven en ook mooi gelegen zo onder aan de Kasbah.
Iets verder de gelegenheid om geld te wisselen. Bij een bank krijg je 145 dinar voor een euro, bij wisselkantoren veel meer. Ik heb ruim 240 dinar voor een euro gekregen. Dat scheelt flink.
49 briefjes van DZD 1000,= .
Daarna lunch. Wes had zo fijn vervoer geregeld, dat ik zijn lunch ook maar betaald heb.
Na de lunch, kwam er geen Über voorrijden, maar een auto van de agent.
Deze hadden we rest van de middag voor het vervoer tussen de verschillende attracties.
Volgende stop, de botanische tuinen.
De Testtuin van Hamma ( Frans : Jardin d'Essai du Hamma ) is een botanische tuin van 32 hectare aan tuinen en 20 hectare van arboretum, gelegen in het district Mohamed Belouizdad. Het werd opgericht in 1832.
In 1832 besloten Pierre Genty De Bussy , de Civil Intendant, en generaal Antoine Avisard , interim-gouverneur, de moerassen aan de voet van de Arcades-heuvel droog te leggen. De Botanische Tuin van Hamma werd toen aangelegd op een gebied van 5 hectare, om niet alleen een modelboerderij te maken, maar ook een testtuin.
In 1837 kocht de organisatie een terrein van 18 hectare onder de Fountain of Plane Trees. De tuin groeide westwaarts en werd de Central Nursery of the Government. De oorspronkelijke locatie werd omgedoopt tot Little Test Garden totdat deze in 1848 werd geruild voor een ander stuk land binnen de Nursery.
De hoofdactiviteit van de tuin is het leveren van bomen aan publieke organisaties en aan Europese kolonisten. Vanaf 1833 werd de productie van karmijn toegevoegd.
Auguste Hardy werd in 1842 benoemd tot directeur van de Botanische Tuin. In die tijd werden er veel diersoorten in de tuin geïntroduceerd en de tuin breidde zich meerdere malen uit. Naast de dierlijke en plantaardige producten nam de industrie met betrekking tot nieuwe technologie veel ruimte in beslag en bood werk aan veel mensen.
Tussen 1848 en 1867 breidde de tuin zich meerdere malen uit, totdat deze zijn huidige vorm bereikte. In 1860 werd een meer gecreëerd en een buitenboulevard aangelegd. De tuin werd in 1861 omgedoopt tot de Acclimatization Garden ( Frans : Jardin d'Acclimatation ). In 1867 waren er naar schatting 8.214 soorten in de tuin te vinden.
We hebben er drie kwartier rondgelopen. Eeuwenoude platanen, Devils lane, met grillig gevormde bomen uit Cyprus en Bamboe lane.
Bij een vijver staat de zg. Tarzan boom. Vol met lianen en welke boom gebruikt zou zijn in de film met Johnny Weismuller.
Terug naar de auto en op naar het Martelaren monument, ter ere van de gevallenen in de strijd om de onafhankelijkheid van Frankrijk.
De drie betonnen elementen symboliseren een dode tak van een palmboom. Die tak is pas te zien als de boom dood is. Dat was de inspiratie.
De gids wist te vertellen, dat ook een Nederlandse kunstenaar heeft meegewerkt aan dit monument, maar ik heb het nagezocht, het was een Pool.
Onder het monument een museum. Foto's maken mocht niet, maar er bleek toch een Hollands tintje in het museum te zijn, namelijk een overeenkomst dat de Hollanders daar handel mochten drijven, evenals de Denen en nog een paar landen. Twee artikelen heb ik op de foto gezet.
Dit museum geeft een goed beeld van de geschiedenis van het land. En die Fransen waren geen lieverdjes. Ze schijnen tussen de vier en vijf miljoen mensen te hebben vermoord in Algerije, wat de Fransen altijd ontkend hebben. Excuses zijn nooit gemaakt.
In het souterrain bevond zich nog een steen met twee gouden plakettes en een met goud afgezet plafond. Daar werden koraanverzen afgespeeld.
Dat was dan ook het laatste onderdeel van vandaag. Wegens diplomatiek bezoek was een volgend museum gesloten, maar aan het einde van de reis ben ik nog twee dagen in Algiers en dit en nog een ander museum, liggen op loopafstand van het hotel.
Morgen word ik om negen uur opgehaald door een chauffeur en die rijdt me naar Djemila, waar een gids mij opwacht.
Djemila herbergt een van de best bewaarde Romeinse ruïnes van Noord Afrika.
Aansluitend brengt de chauffeur me naar Constantine voor twee overnachtingen in het Novotel.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley